Enkele weken geleden vertrok ik naar Santiago de Compostela. Hier mijn verslag. Wat heeft dit nu allemaal met energiek en slanker zijn te maken? Met energiek veel, anders had ik het niet gekund. Met slank zijn niet veel, want ik heb enkele moedige volslanke mensen de tocht ook zien doen. Wel ben ik er een beetje slanker van geworden 🙂

13 mei 2017 – 1770 kilometer van Antwerpen naar Sarria

Met een klein hartje neem ik afscheid van mijn partner en mijn hondje Lotje, mijn partners in crime in het dagelijkse leven. Mijn steunen en toeverlaten. Het voelt weemoedig aan maar ik besef natuurlijk dat ik zelf mijn belangrijkste steun en toeverlaat wil zijn, en net daarom doe ik dit. Onder andere, want een week de natuur in en stappen stappen stappen, dat op zich zie ik ook wel zitten. Alleen, geen besprekingen van dagelijkse beslommeringen, die er toch tussen sluipen als je met je partner weg bent, mijn eigen ritme volgen, mensen ontmoeten. Mensen ontmoeten is anders als ik alleen ben dan met mijn partner. Ik heb de neiging in zijn buurt te blijven. Omdat ik denk dat hij dat het liefste heeft of ‘uit gewoonte’. Ik wil het allemaal laten lopen zoals het helemaal bij mij past. En ik wil op mijzelf aangewezen zijn. Moet kunnen op je vijfenveertigste…

Van Brussel naar Madrid, van Madrid naar Santiago de Compostela. Het enige bizarre aan de reis is dat je start waar je moet eindigen. Ik moest even naast mij neerzetten dat ik aankom waar ik een week later weer ga eindigen en dat ik geld uitgaf om mij met een auto 118 km ver te laten brengen om vanaf daar te voet terug te gaan. Het was als ontvoerd worden en niet anders kunnen dan te voet terugkeren. Ik kon het naast mij neerleggen. De taxichauffeur wees me regelmatig waar de Camino Frances was, het pad dat ik zou bewandelen. Ik knikte en nam nog een paar druppels Bachbloesems. Met een diepe zucht ging ik ervan uit dat het wel goed zou komen. Ik vroeg voor de zekerheid de taxichauffeur zijn nummer, voor het geval ik ergens onderweg in de problemen zou komen. Dan kon hij me komen halen. Dat was dan ook al geregeld. Of hoe ik al meteen op zoek ging naar geruststelling en veiligheid.

Om 10u ’s morgens thuis vertrokken, om 18u30 kwam ik aan in Sarria, waar ik de volgende dag mijn wandeltocht zou aanvatten.
Hartelijke ontvangst in een soort café met kamers boven, waar een paar beschonken mannen mij al zingend begroetten. Ik denk dat ik hen een flauw lachje terugschonk, nog niet helemaal op mijn gemak. Toen de pensioneigenaar me zei dat ik niet op op zijn lijst stond, kreeg ik elastieken beentjes en moest ik even gaan zitten. Gelukkig ben ik geen panikeur en weet ik mezelf snel tot ‘ademen en rustig blijven’ te brengen.
Hij had niet mijn naam, maar de naam van de organisatie waarmee ik reis (pelgrimstochten.nl) opgeschreven, oef gevonden. Alsof hij dankbaar was in mijn plaats, kreeg ik vers brood en kaas bij wijze van ‘het is oké, bekom nu maar’. Glaasje rode wijn erbij en ik kwam tot rust.Een paar minuten later komt een jonge vrouw binnen met een microfoon in de hand. Ze interviewt de pensioneigenaar. De klanten komen ertussen en beginnen opnieuw te zingen. Ik bekijk het schouwspel en zucht nog maar eens. Er kan al wel een lachje af.

Ze zet haar micro af, iedereen valt een beetje stil, behalve de hoteleigenaar, want die heeft nog mensen te ontvangen. Twee Zweden hebben ook bij hem geboekt. Ze zetten zich naast mij en drinken een koffietje.

Ik vraag aan de journaliste of ze journaliste is. Ze vertelt dat ze een freelance voor een Zwitsers radiostation de tocht doet en onderweg mensen interviewt. Mensen die werk hebben doordat vele duizenden pelgrims jaarlijks de tocht naar Santiago de Compostela doen. Eet- en drinkgelegenheden, auberges, pensions, hotelletjes, en ook mensen die de bagage van mensen zoals ik van het ene hotel naar het andere brengen. Ze doet zelf de tocht, was in Sevilla begonnen en was al zes weken onderweg. Ze boekt niks op voorhand, vindt steeds wel iets en is nu een paar dagen hier omdat ze doodmoe is en gisteren ziek geweest was. De volgende dag zou ze net als ik weer vertrekken. Ik vergeet haar naam te vragen.

Tijd om naar mijn kamer te gaan besloot de pensioneigenaar. Een kamer met mooi zicht op ‘de weg’, op ‘El Camino’. Hij wees me hoe ik morgen moest lopen, mijn avondrust kon beginnen. De man sluit de deur van mijn kamer achter zich en daar sta je dan. Zucht. Even overvalt mij een gevoel van eenzaamheid. Effe naar huis bellen. Dan is het weer beter. Wifi op, in contact blijven. Het bange meisje dat niet alleen gelaten wil worden is er even. En ze leidt zich wat af met de multimedia die er is. En met naar het Songfestival te kijken. Maar ik word het snel beu, ga iets eten, bestel nog een glas wijn dat ik volledig laat staan, en ga slapen.

14 mei – 23 km stappen naar Portomarin

Ontbijt om 7u30. Tot mijn positieve verbazing, krijg ik glutenvrij brood als ik zeg ‘no pan’, want ik weet dat als ik elke dag tarwe ga eten, ik wel eens in de problemen zou kunnen komen. Al is het zeker zo dat als ik veel beweeg (en als er iets is dat ik hier veel ga doen is het bewegen) alles wat ik eet, ook de minder goede dingen, sneller weer ‘weg’ zijn zonder dat ze me last berokkenen. Maar ik wil het niet gaan zoeken en heb mijn eigen glutenvrij broodje mee. Dat mag ik dan voorlopig ongeopend laten. Ik krijg geroosterd glutenvrij brood. Veel honger heb ik niet. Toch spannend aan iets beginnen waarvan je niet weet wat het gaat zijn. Ik vind het nog niet echt opwindend, ik ben ‘gewoon’ zenuwachtig: ga ik het kunnen, ga ik de weg vinden, ga ik pijntjes krijgen, gaat het regenen, gaat het te warm of te koud zijn, heb ik de juiste spullen in mijn rugzak en heb ik de juiste spullen achtergelaten in mijn bagage die ik hier moet achterlaten en die laat ons hopen in het juiste hotel beland. Laat ons vooral ook hopen dat ík in het juiste hotel beland, dát ik er beland!
Ik eet een sneetje brood met confituur en smeer er twee met kaas, pak ze in in een servetje en schenk mijn glas appelsiensap uit in een flesje om mee te nemen en leng het aan met water. Mijn lijfarts heeft gezegd dat dat de beste manier is om suikerdipjes weg te houden.


En we zijn weg. Ik zie de eerste gele pijl en schelp, die ik 118 kilometer lang zal volgen. En ik zie mensen met rugzakken en stapschoenen mijn richting uit stappen en ik zie al heel wat mensen vóór mij. Volg de meute dus. Zucht, het komt goed. Mijn hartje lacht. Het is fris en de zon schijnt, ideaal voor een staptocht. De weg stuurt ons al snel langs mooie paden en paadjes de natuur in. De natuur in de kleuren die de natuur beslist weer te geven, al is ‘beslissen’ niet het juiste woord. Het is gewoon zo. Het is gewoon mooi. De mensen voor mij en achter mij zijn er en zijn er niet. Ze moeten en willen niks van mij. Ze zeggen alleen maar ‘Bon Camino’, twee woorden die ik de volgende dagen tientallen keren zal horen en zeggen. Het betekend ‘een goede weg’, maar echt bedoeld in de zin van pelgrimstocht en in het bijzonder deze naar Santiago de Compostella.
En deze mensen zullen er ineens wel zijn als ik ze nodig heb. En omgekeerd.

Mijn eerste rustpauze houd ik na twee uur stappen, om 10u. Ik heb er niet echt een idee van hoe ver ik nog moet doen, maar denk in al mijn optimisme dat we (iedereen die daar halt houdt, in Sarria startte en in Portomarin zou overnachten) in de helft zouden moeten zijn. Dat zeg ik dan ook tegen mijn Zweedse vrienden met wie ik mijn eerste koffietje drink. Ze antwoorden niet als ik enthousiast zeg dat we al in de helft moeten zijn. Ik ben pas om 14u30 aangekomen! Dit is wel iets anders dan mijn drie uur durende oefening van Antwerpen naar Sint-Job-in-’t-Goor! Helaas vergeet ik het Zweedse koppel hun naam te vragen, want enkele dagen later verlies ik hen voorgoed uit het oog.

De Zweedse sympathieke man zegt mij dat ik minstens twee stempels per dag moet hebben in mijn stempelboekje om mijn oorkonde te kunnen krijgen. Dat weet ik niet. Dus snel een stempel halen in de bar en in het kerkje wat verderop.

Wat ik grappig en leuk vind aan mezelf is dat er bij elke situatie bij mij een lied opkomt. Een bestaand lied, weliswaar. Spontaan. Geef me een situatie en ik zing er een lied bij. Het lied gaat over hoe ik het aanvoel natuurlijk. Soms verrast het mij zelf: ‘Ah, zie ik het zo?’. Interessant.
Ineens zing ik, al stappende door de natuur en mooie dorpjes: ‘Oh it’s such a perfect day, I’m glad I spend it with you, Sandra!’. Ja, dat was tegen mezelf.

Na 20 km kom ik een vegetarische eettentje tegen, in een knap dorpje. De zon schijnt en… een vegetarisch eettentje?!?!? Daar moét ik halt houden voor een veggie burger en een uurtje rusten in de zon.

Ondertussen ben ik Vincent uit Zwitserland tegengekomen. Hij is al een paar weken onderweg. Een grote vriendelijke man met kaal hoofd en grijs/zwarte baard met een échte houten pelgrimswandelstok. Ik zie hem elke dag – zoals dat gaat met sommige mensen die je daar tegenkomt en waarmee je blijkbaar ongeveer hetzelfde ritme hebt. Ineens kom je ze elke dag tegen, tot drie dagen voor onze aankomst wat Vincent betreft. Dan gaat hij sneller en heb ik hem nooit meer gezien. Ik leer mensen ontmoeten en weer loslaten alsof het iets van niks is.

15 mei – 21 km stappen naar Palas de Rei

Een saaie, warme, lange weg. De zwaarste van heel de week. Bergop, bergaf, vaak langs de autobaan. Maar ik geef de moed niet op; het is nu eenmaal zo dat er tijdens zo’n onderneming een tofste en een minst leuke dag is. Ik weet nu al dat dit de minst leuke dag is, dat hebben we dan al gehad 😉

Ik ontmoet Suzan uit Pennsylvania die ook een hond heeft en geen kinderen, dat hebben we alvast gemeen. Haar man is rechter en zij doet alleen maar vrijwilligerswerk. Ze was met een groep van haar kerkgemeenschap. Dat voel je, allemaal ‘zachte’ mensen. Je voelt de liefde die ze aan iedereen geven, ook al kennen ze je niet. Een snelle groep gaat traag omdat ze op elkaar wachten. Ik zie ze de dag erna nog één keer, dan nooit meer…

Op mijn weg kom ik een meisje met een hond tegen, Bea en Noa (de hond). Het is mooi om hen samen te zien stappen, maar Bea vertelt me in het Spaans en gebrekkig Engels dat Noa moe is. De volgende dag hoor ik dat ze Noa de halve weg (10 km) had moeten dragen en dat ze moeilijk een slaapplaats vindt met een hond. Als je zoiets doet met een hond (of kind), zit er toch niks anders op dan je voor te bereiden, vind ik. Je kan avontuurlijk ingesteld zijn, maar de ander is er ook nog en is volledig afhankelijk van jou. Ik had wel gezien dat ze veel liefde voor Noa had en ben er gerust in dat ze ervoor gezorgd heeft dat het beestje en zijzelf gezond en wel thuis zouden geraken, uiteindelijk.

Om 15u30 arriveer ik in mijn hotel in Portomarin. De langste dag van allemaal, maar wel blij dat ik al 44 km gestapt heb op twee dagen!

16 mei – 17 km naar Melide

In het begin van mijn wandeltocht passeer ik de twee sympathieke Zweden, ze ontbijten op het terrasje waar ik voorbij wandel. Ze vertellen me dat ze voorbij Melide gaan stappen, ze gaan 30 km doen. Shit, ik ben mijn twee ankerpunten kwijt. Ze zeggen ‘we zien mekaar in Santiago!’, maar ik zie hen niet meer terug…

17 km moet een makkie zijn. En dat is het ook. Het is als ‘a walk in the park’. Maar dan wel een leuke wandeling, want ik hou niet van parken.

Onderweg ontmoet ik Thomas uit Duitsland. Ik spreek hem voor het eerst aan om een foto van mij te nemen aan het bord dat te kennen geeft dat we in Melide zijn. Tijdens de volgende koffiepauze stellen we ons voor. Thomas zal tot in Santiago de Compostela mijn metgezel zijn, al spreken we dat niet af. We komen mekaar gewoon de hele tijd tegen en hebben hetzelfde ritme. En we hoeven niet te praten. We stappen al dan niet naast elkaar en zijn in eigen gedachten verzonken. Soms is hij een eind voor of achter en dan ineens komen we elkaar weer tegen.

Na vijf uur stappen al kom ik aan, om 13u. Het nadeel is dan dat je denkt: wat moet ik de hele dag nog doen?? Want toegegeven, als ik stap met al die mensen, voel ik me niet alleen. Integendeel, ik wil alleen wandelen. En als ik op mijn kamertje toekom, word ik overvallen door een eenzaam gevoel. Ik vraag alweer meteen Wificode en zet m’n Iphone en Ipad aan. Ik besef dat ik beter even zou stilstaan bij mijn eenzaam gevoel. Waarom zou ik me eenzaam moeten voelen? Ik ben toch onderweg met een keitoffe madam? Aandachtspuntje…

Met een e-book van Liz Gilbert, ‘Het hart van alle dingen’ (prachtig!) ga ik in het zonnetje zitten, eet ik een veggieburger en geniet ik van een cappuccino met amandelmelk. De enige bar in 118 km die plantaardige melk heeft…

’s Avonds dwing ik mij om mij bij andere pelgrims op een terras te zitten voor het avondeten. Ik voel dat ik de neiging heb om mij af te zonderen. Geen zin om te praten, ofzo. Anderzijds wil ik niet alleen zijn én wil ik mensen ontmoeten. Ik zie Vincent en een stel Amerikanen en zet me bij hen. Het was nog een toffe avond. En we spotten een ooievaarsnest op een gsm-mast…

17 mei – 17 km naar Arzua

Het regent!

Melide is de grootste stad, naast Santiago zelf natuurlijk, die we passeren en ik twijfel even welke richting ik uit moet bij het begin van de trektocht. En daar komt Gudrun uit Duitsland aangestapt met haar donkerblauwe regenponcho. ‘That way!’. Oké, dat is dan ook weer opgelost. Ze helpt me met het beschermen van mijn rugzak tegen de regen. Er zit niks anders op dan iets te kopen om erover te trekken et voilà, we komen al meteen een winkeltje tegen. Ze vertrekt terwijl ik het nodige koop. Haar blijf ik tegenkomen tot en met mijn dag van vertrek. De goedlachse Gudrun.

Het stappen begint voor mijn systeem een gewoonte te worden, ik kom om 12u30 al aan (zoals altijd om 8u vertrokken). Ik ben er voor mijn bagage! Wel heb ik onderweg pijn aan mijn benen.

Stijfheid, enorme stijfheid. Die vooral pijnlijk is als ik bergaf ga. Als dat maar goed komt, nog 40 km te gaan!

Ik spot een massagesalon en ga er een afspraak maken. Eerst een uurtje welnessen, dan een uurtje massage van rug, benen en voeten. Zalig!

Het is een heel triest stadje en ene beetje triest weer. Ik voel me wel wat eenzaam en ben blij met m’n boek van Liz Gilbert.

18 mei – 20 km naar Pedrouzo

De massage heeft goed gedaan. Ik stap op vijf en een half uur 20 km en voel niks meer.

Het is de mooiste dag van allemaal. Prachtige wegen, mooie natuur, pittoreske dorpjes, echt magnifiek.

Thomas is nu de hele tijd in mijn buurt. Onafgesproken starten we op hetzelfde moment met onze tocht van de dag en we lopen de hele tijd in elkaars buurt. Hij is als een soort beschermengel. Tijdens één van de pauze pakte hij een gitaar en zong haleluja, in het Duits. En ik zong mee. Heel gezellig.

We komen samen aan in Pedrouzo, en daar gaan we weer ieder z’n eigen weg.

Ik vind een voor Spanje best wel alternatieve eetgelegenheid waar ik een soepje en een vegetarische lasagne én een stukje cheesecake eet. Voor mij zitten enkele Amerikanen en rechts achter mij zit ook een jonge pegrimvrouw. En ineens zitten we allemaal samen aan één tafel. En ik kan voor het eerst Nederlands spreken want de jonge vrouw is Stefanne uit Groningen. Ze is sinds 6 mei onderweg. Ook alleen.

De Amerikaanse dames, een tweeling van vijftig, Margareth (IT’ster) en Mullen (advocate) uit North en South Carolina. Ze zijn met een grote groep en gingen de volgende dag heel vroeg vertrekken. Ik zag hen nooit meer. Ze haatten Trump en hadden allebei Obama persoonlijk ontmoet. How cool is that!!!

Vandaag voel ik me supergoed. Leuk gezelschap, mooie tocht, heel tof hotel, lekker eten, mooi weer Oh it’s such a perfect day, I’m glad I spend it with you Sandra, Thomas, Stefanne, Vincent, Gudrun, Margareth, Mullen, Suzan, de Zweden, …

Vanuit mijn vensterraam in mijn hotel zie ik windmolens, al enkele dagen lang. Ze staan op een berg en ik zie ze elke dag weer vanuit mijn hotelkamers, vanuit een ander oogpunt en steeds verder. Ik zie mij over berg en dal wandelen, elke dag 20 km en ik bewonder mezelf…

19 mei – 20 km naar Santiago de Compostela

In volle verwachting vertrekken we naar ons einddoel. Na enkele kilometers kom ik Stefanne weer tegen en na 8 km, tijdens de eerste pauze, vervoegt Thomas ons. Met hem zal ik de laatste 12 km samen lopen, meestal in stilte. Stefanne verlaat ons iets eerder en zie ik niet meer terug.

De laatste 10 km waren teleurstellend lelijk en ongezellig. Grote wegen langs de baan. Maar je ziet jezelf wel de stad in wandelen en je weet dat je het gehaald hebt. Ik ben blij, want mijn linker achillespees onderaan, waar ze aan mijn voet aanhecht, is serieus pijn beginnen doen. Ik had hierna geen volledige dag meer kunnen doen…

Bij het binnenwandelen van de stad speelt een doedelzak ons ter verwelkoming als we onder de poort naar het grote plein stappen. En daar zijn we dan. Een triest gevoel overvalt me. Als je dat kan doen met een geliefde, partner, familie, vrienden, kan je mekaar daar in de armen vallen. Zoals velen daar deden. Wij hebben elkaar natuurlijk wel proficiat gewenst, maar verder is het een ‘gewone’ aankomst. En de kathedraal is ingepakt!

’s Avonds naar de mis voor de pelgrims, een theetje drinken met Thomas en afscheid nemen van Thomas. Hij is een 50-jarige technieker in twee rusthuizen. Hij vroeg mijn leeftijd en zei over zichzelf ‘An old man’. Toen hij dat zei en als ik naar hem keek, deed hij me aan Nigel denken. Die zou dat ook zo zeggen. Grappig.

Thomas had twee dagen eerder, op 17 mei, zijn 50ste verjaardag gevierd, alleen. Het was net daarvoor dat hij ‘op de vlucht’ was. Niet meer of niet minder dan dat. Want hij was getrouwd en dat leek oké te zijn, het was dat gedoe rond zijn verjaardag dat hij niet wou. De communicatie is niet altijd even gemakkelijk want hij spreekt niet goed Engels en ik spreek niet goed Duits. Maar het contact was toch mooi.

Na de mis, stap ik het winkeltje van de kathedraal binnen en bots ik op… de Zwitserse journaliste. Wat een verrassing! Ik had haar nergens meer gezien en nu ineens op het einde botsen we op elkaar. Heel speciaal. Ze zegt me dat ze morgen tijdens de mis van 10u het grote wierrookvat zullen laten zwieren. Een hele bekend en speciaal spektakel om alle pelgrims te kunnen bewieroken in de volle kathedraal. En ik vraag haar naam: Marion.

20 mei – Santiago de Compostella

Het ontbijt in mijn supergezellig hotelletje vlakbij de kathedraal, nuttig ik met Helen uit Canada, die al sinds april onderweg was. Ze vertelt me dat ze de grootmoeder van de pelgrims ontmoette, een 88-jarige dame die al veertien keer de camino had gelopen en die tot en met haar 90ste wil doorgaan. Amazing.

Om 10u ga ik naar de mis, die lang duurt. Ik zie Marion en we heffen onze schouders omdat we ons afvragen of ze nog met het wierrookvat gaan zwieren. Ik loop wat rond en zoek mij toch een goede plaats met zicht op het vat. Om 10u30 begin ik te vrezen dat het voor de mis van 12u gaat zijn, die ik ga missen omdat ik net dan word afgehaald om naar de luchthaven te gaan. Maar dan begint de kathedraal vol te lopen en ik krijg terug hoop.

Plotseling knikt de priester naar het vat tijdens zijn preek, wat hij zegt versta ik niet, en Marion draait zich om naar mij en knikt ‘het is zover!’. Ze weet nochtans niet waar ik ben gaan staan, toch vinden onze blikken mekaar meteen. Wat ik dan zie, is enorm indrukwekkend en ontroerend. Het grote wierrookvat wordt eerst omlaag gehaald om te vullen en dan trekt een hulppriester het omhoog, een andere geeft het een zet en het ding begint te zwieren, hoger en hoger. Samen met prachtige gezangen en het immens grote orgel. Alle gsm’s en fototoestellen gaan omhoog en geven lichtjes. Ik word bewierrookt, hoor de muziek, voel de energie en de liefde en ik besef dat dit ook voor mij is. Ik zie met terug stappen over berg en dal, met zere benen en soms in de regen. Ik zie Gudrun die me de weg wijst, en Thomas die mijn beschermengel is. Ik zie al die mensen, Vincent met zijn grote wandelstok, voor mij en achter mij stappen met hetzelfde doel. Meestal in stilte. En de tranen stromen over mijn wangen.

Nadien vlieg ik Marion om haar nek om haar te bedanken mij dit te zeggen en om het universum te bedanken dat ik haar op het allerlaatste moment nog tegen het lijf ben gelopen, zodat ze mij kon vertellen dat ik moest komen kijken. En dat ze het nu ook doen, en niet pas om 12u.

Ik ben dankbaar voor de tocht, voor de mensen, voor de mooie stad en het mooie spektakel. Ik ben mezelf dankbaar dat ik mij dit heb toegestaan om te doen ondanks het feit dat mijn partner me eerst niet steunde. Dat ik niet heb toegegeven om het met de fiets te doen, dat is totaal iets anders. Dankbaar ben ik dat hij me uiteindelijk wel gesteund heeft. Toch ben ik ook dankbaar dat ik via Facebook contact kon houden met iedereen zodat ze mij konden volgen. Het steunde mij hun reacties te zien.

Nieuwe ervaringen opdoen met mezelf en over mezelf, op nieuwe plekken komen, dat wou ik. Elke dag een andere plek. Ik zal elke dag verder en verder stappen en draai in geen geval meer terug. Op naar de volgende slaapplek. Ik heb elke dag een doel én alle tijd. Zo moest het altijd zijn…

Antwerpen, 21 mei 2017 – Bon Camino, Sandra.

Zou jij ook (graag) een pelgrimstocht ondernemen? Laat het mij weten in de reactievelden hieronder. Ik ben benieuwd!