Een blog die ik op mijn computer in lettertype handschrift schreef (voor jou heb ik het in een leesbaar lettertype gezet). Want het zou een brief kunnen zijn. Een brief aan mezelf misschien wel. Die ik met jou wil delen. Het zou ook een brief aan de maan kunnen zijn. De maan aan wie je alles kan toevertrouwen zonder dat erover geoordeeld wordt. Want dat doen mensen meestal automatisch. Ik ook. Ook als het over mezelf gaat. 

Woelige tijden. Veel verdriet en onzekerheid. Soms hoop en rust en een lachje op mijn gezicht. De tranen komen al nu ik dit schrijf. Zoveel tranen, ik wist niet dat ik ze had. Zoveel angsten. Zo weinig vertrouwen. Het gevoel ‘je staat er alleen voor’. En toch weten dat het goed komt, en dat ik nooit alleen ben en kan zijn. Alles komt altijd goed. Alleen weten we niet wanneer. Dat hoeft ook niet. Overgave. 

Sinds 1 juli ben ik verhuisd. Naar ‘het verre Brasschaat’. Weg van de stad. Mijn stad. DE STAD. Nee niet weg. Ik ga erheen wanneer ik wil, zo simpel is het. Een half uurtje op de bus of in de auto en ik ben in mijn stad.

Mij aanpassen aan de nieuwe omgeving. Met nieuwe mensen, nieuwe meubels, een nieuwe tuin, een nieuw bed. Het enige vertrouwde is mijn hondje Lotje. En mijn spullen. Mijn kledij, mijn boeken. Al dragen ze allen gigantische herinneringen met zich mee. Elk kledingstuk, elk boek, elk schriftje. Ze doen met telkens weer even stilstaan bij wat geweest is. En voor een stuk nog is. Niks is zomaar geweest en weg. Alles en iedereen zal er altijd zijn. Al was het in mijn herinneringen. Maar dat is nog niet voldoende nu voor mij. Ik wil dat alles tastbaar blijft. Ook al doet het pijn en sleurt het mij van het oude naar het nieuwe, heen en weer, telkens opnieuw. Tot ik doodmoe in mijn oude of nieuwe bed kruip. En met rust gelaten wil worden. 

Soms ga ik nog terug naar het huisje in de stad. Na een avondje uit slaap ik er. En wil ik er blijven. Alleen. Met Lotje. Het oude vertrouwde met niemand om mij heen behalve Lotje. Lekker doen wat ik wil, in mijn blootje rondlopen, muziek opzetten, muziek afzetten, huilen, koffie drinken, gezichten trekken. Niemand die op me let. Niet dat onwennige gevoel van ‘ik ken dit huis, mijn huisgenoten en deze buurt nog niet’. Ik die altijd uit is op nieuwe dingen ontdekken, wil nu blijven waar ze was. Al voel ik niet de nood om terug al mijn spullen naar hier te brengen om te blijven. Ik voel dat ik heen en weer geslingerd word tussen het oude en het nieuwe en dat ik niet volledig terug naar het oude wil. Dat ik mezelf de kans moet geven de overstap te maken en dan pas te oordelen over wat er aan de overkant te zien, te doen en te voelen is. Alsof ik op een wankel bruggetje sta en de overkant niet zie. Het is heel mistig aan de overkant. Soms is er een windje waardoor ik het wel kan zien en dan durf ik weer een stapje vooruit zetten of op zijn minst blijven staan waar ik sta. Maar dan komt de mist terug en trippel ik snel terug naar het plekje waar ik vijf jaar lang leefde. 

Maar de overkant lonkt wel. Ze biedt misschien wel nieuwe mogelijkheden. Of in alle geval nieuwe ervaringen en leerkansen. Dat zou al voldoende mogen zijn om het bruggetje over te steken. Want als het aan de overkant minder leuk blijkt te zijn eens ik heb toegelaten het te ontdekken, dan kan ik weer een nieuw bruggetje leggen naar weer een nieuwe ontdekking. En ‘de stad’, die gaat nooit lopen, die staat altijd met haar armen open voor mij. Voor een dagje winkelen, koffieën (dit woordje heb ik zelf uitgevonden samen met een hele lieve dierbare vriend), shoppen, een avondje uit, of om er terug te wonen. Eerst Brasschaat, meer bepaald Maria-ter-Heide, ontdekken. Met z’n bospaadjes vlakbij mijn deur. Met Lotje door het bos wandelen in plaats van tussen de huizen en auto’s. Laat ons daar al mee beginnen. 

Steeds aan mijn zijde zijn de bloesems van dokter Bach. Zij maken het allemaal net iets draaglijker. Geven me ruimte. Walnoot omwille van mijn aanpassingsuitdagingen, Star of Bethlehem voor mijn verdriet, Pine omdat ik schuldgevoelens heb als ik mensen kwets, Heather als ik met mijn huisgenoot alleen maar over mezelf wil praten en niet kan luisteren naar haar, Sweet Chestnut als ik het totaal niet meer weet en lijk te sterven van verdriet, Scleranthus (mijn typeremedie) als ik heen en weer geslingerd word tussen het oude en het nieuwe en twijfel of ik wel de juiste beslissingen neem, Larch als ik denk dat ik het niet ga kunnen, Beech als ik onverdraagzaamheid tegenover mijn huisgenootjes voel.

Wat ben ik blij dat ik mezelf en anderen, mijn huisgenootjes, en ook m’n hondje Lotje (zij moet ook al die aanpassingen en mijn emoties doormaken), kan helpen met deze remedies. En dat wil ik ook voor jou doen. Stuur mij een mailtje op Sandra@zosandra.be als ik iets voor je kan doen. 

Tot snel, 

Sandra