Bachbloesems voor volwassenen

Bachbloesems voor volwassenen

Angst

Zonneroosje (Rock Rose)
Plotse extreme angst, paniek als gevolg van iets wat gebeurt. Bij ongelukken,
plots optredende ziekten, als de persoon zeer geschrokken is.
Al te heftig opschrikken in vergelijking tot de aanleiding.

Maskerbloem (Mimulus)
Bij angst voor alles wat ons kan overkomen: ziekte, lijden, ongelukken,
armoede; angst in donker, angst om alleen te zijn, angst pech te hebben,
angst voor dieren, angst voor een sollicitatie. De gewone alledaagse angsten.
Verlegenheid, schuchterheid, zenuwachtigheid.

Kerspruim (Cherry Plum)
Vrees verstand of controle te verliezen, dat je dingen zal doen waarvan je
later spijt zal hebben. Dingen die je helemaal niet wil doen omdat je weet dat
ze niet juist zijn.
Vrees iets verschrikkelijks te doen aan zichzelf (zelfmoord) of anderen door
overbelasting van de geest.

Ratelpopulier (esp) (Aspen)
Vage angst, waarvoor je geen verklaring of reden kan geven.
Angstige voorgevoelens.
Angst dat er ‘iets’ gaat gebeuren.
Plotse angst met onbekende oorzaak.

Rode kastanje (Red Chestnut)
Steeds weerkerende vrees dat degene die je liefhebt iets zou kunnen
overkomen.
Ongerust zijn om anderen. Direct het ergste vrezen.
Angst om geliefde te verliezen.

Onzekerheid

Loodkruid (Cerato)
Gebrek aan vertrouwen in en twijfel aan het eigen aanvoelen, het eigen
weten, de eigen kennis, en van daaruit raad en bevestiging vragen.
Voortduren de mening van anderen vragen en daardoor misleid worden, weg
van je eigen intuïtie.

Hardbloem (Scleranthus)
Niet kunnen beslissen of kiezen tussen enkele mogelijkheden.
Lang aarzelen en gespannen zijn vanuit besluiteloosheid.
Onevenwichtig, wisselende stemmingen. Wagen-, zee- en luchtziekte.

Gentiaan (Gentian)
Teleurstelling, ontmoediging, schouders laten hangen bij de minste tegenslag.
Twijfel aan goede afloop. Pessimisme, zwartkijken, ongelovige Thomas,
sceptische persoonlijkheid.

Gaspeldoorn (Gorse)
De hoop opgegeven hebben na verschillende pogingen die geen uitkomst
brachten.
Gevoel dat verdere pogingen geen zin meer hebben.
Wanhoop.

Haagbeuk (Hornbeam)
Moeheid, matheid. Ochtendmoeheid. Maandagochtendgevoel.
Er tegenop zien, er geen zin in hebben, er niet kunnen aan beginnen.
De taken van het dagelijks leven lijken te zwaar, hoewel je er in het algemeen
in slaagt te doen wat gedaan moet worden.

Ruwe dravik (Wild Oat)
Ontevredenheid i.v.m. wat men doet in het leven.
Gebrek aan vervulling.
Kent zijn richting, zijn levensdoel niet. Daardoor is je moeilijkheid de keuze
van je carrière, want hoewel je ambitieus bent, lijk je geen speciale roeping te
hebben. Dit kan tot vertraging in de ontwikkeling leiden.

Onvoldoende interesse in het hier en nu

Bosrank (Clematis)
Dromerig, verstrooid, afwezig, concentratieproblemen. neiging tot flauwvallen,
flauwvallen.
Snel afgeleid naar eigen plannen of dromen, waar verder echter niks mee
gedaan wordt (het blijft bij plannen en dromen). Leven in de hoop op
gelukkiger tijden.

Tuinkamperfoelie (Honeysuckle)
Heimwee, nostalgie, het verleden (zowel aangename als onaangename
dingen) niet kunnen achterlaten. Verdriet om het gemis van wat geweest is,
om in het verleden gemiste kansen.

Hondsroos (Wild Rose)
Apathie, berusting. Lusteloosheid.
Je neerleggen bij alles wat je overkomt. Je rustig laten meedrijven met de
stroom van het leven zonder de geringste inspanning te doen om situaties te
verbeteren of wat vreugde te vinden.

Olijf (Olive)
Geestelijk en/of lichamelijk uitgeput na moreel of fysiek lijden, bv ziekte,
(v)echtscheiding, …
Alles is een zware last.
Verlies aan interesse of concentratie door uitputting.

Paardekastanje (White Chestnut)
Aanhoudend ongewenste gedachten. Malende gedachten die je maar niet kwijt
geraakt en steeds weer terug komen.
Piekeren, dubben, discussies in gedachten, waardoor ook verlies aan
concentratie kan optreden.

Herik (Mustard)
Diepe aanvallen van neerslachtigheid, melancholie of wanhoop die komen en
gaan.
Zich down en afgesneden voelen, zonder dat er een reden of verklaring voor
te vinden is.
Somberheid, zwaarmoedigheid.
Neiging tot zich afzonderen.

Knop van de paardekastanje (Chestnut Bud)
Niet leren uit ervaringen door gebrekkige opmerkzaamheid en daardoor
steeds dezelfde fouten (kleine en grote) in het leven maken.
Innerlijke ongedurigheid waardoor gebrek aan concentratie.
Niet stilstaan bij het gebeuren, onvoldoende evalueren omdat de aandacht al
vooruit springt naar iets anders. Chaos in het hoofd.

Eenzaamheid

Waterviolier (Water Violet)
Trots en onbereikbaar zijn, afstandelijk, gereserveerd.
Zijn graag alleen, zeker als ze ziek zijn.
Je krijgt er geen hoogte van.
Gedragen zich uit de hoogte.

Reuzenbalsemien (Impatiens)
Ongeduldig, gespannen, gestresseerd geïrriteerd door de traagheid van
anderen. Op alle mogelijke manieren mensen tot snellere actie willen
bewegen.
Werkt liefst alleen zodat eigen tempo kan aangehouden worden.

Struikheide (Heather)
Zij die voortdurend zoeken naar gezelschap van wie dan ook omwille van de
behoefte problemen of wat dan ook met iemand te bespreken.
Grote behoefte aan aandacht. Wil graag in het middelpunt staan.
Kan niet alleen zijn.

Overgevoelig voor invloeden en ideeën van anderen

Agrimonie (Agrimony)
Joviale opgewekte mensen met veel gevoel voor humor die van een
vreedzame omgeving houden en die beslist niet tegen ruzie kunnen en alles
zullen doen om conflicten te vermijden. Verbergen hun moeilijkheden achter
humor en scherts. Roken en drinken vaak om zichzelf te helpen hun
beproevingen met opgewektheid te dragen.
Woelige slapers.

Duizendguldenkruid (Centaury)
Is steeds anderen van dienst. Kan niet ‘neen’ zeggen en wordt daardoor meer
een dienaar dan bereidwillige helper. Verwaarlozen daardoor eigen taken in
het leven. Veel te goed zijn.

Walnoot (Walnut)
Soms beïnvloedbaar door sterke invloeden of zienswijzen van anderen.
Helpt breken met oude banden.
Moeite met overgang naar of aanpassen aan nieuwe situaties, nieuwe
omstandigheden of een nieuwe levensfase (pubertijd, menopauze, verhuis,
scheiding, …).

Hulst (Holly)
Voor zij die soms overvallen worden door gedachten van jaloezie, afgunst,
wraak en achterdocht.
Licht ontvlambare kwaadheid, haat, wantrouwen, agressie.

Moedeloosheid en wanhoop

Lariks (Larch)
Voor zij die zichzelf minder goed of bekwaam vinden dan anderen; die
verwachten of angst hebben te falen; die het gevoel hebben nooit een succes
te zullen zijn en daarom ook niets wagen om te slagen.
Gebrek aan zelfvertrouwen. Twijfel aan eigen kunnen.
Minderwaardigheidsgevoel.

Den (Pine)
Schuld(gevoel) en zelfverwijt. Gevoel tekort te schieten. Vaak ‘sorry’ zeggen.
Perfectionisme vanuit schuldgevoel dat het beter had gekund. Schrijven
zichzelf fouten toe.
Zelfs als een vergissing aan een ander te wijten is, zullen zij de
verantwoordelijkheid daarvoor op zich nemen.

Veldiep (Elm)
Tijdelijk gevoel van overbelasting, hoge verantwoordelijkheden niet meer
aankunnen, taken zijn te zwaar. Tijdelijk gevoel van tekort te schieten en
twijfelen aan de eigen capaciteiten.

Tamme kastanje (Sweet Chestnut)
Ondraaglijke smart. Het gevoel dat lichaam en/of geest de grens bereikt heeft
van zijn uithoudingsvermogen, en zal breken.
Extreme wanhoop, wanneer er nergens nog een lichtje te bespeuren is.
Moederziel alleen, totaal verloren.

Vogelmelk (Star of Bethlehem)
Geestelijke of lichamelijke schok en ontroostbaar verdriet na een pijnlijke
gebeurtenis, slecht nieuws, het verlies van een dierbare. Een trauma (zoals
ook een ongeluk) en de nawerking ervan.

Wilg (Willow)
Voor zij die tegenslag hebben gehad en dit moeilijk zonder klagen of bitterheid
kunnen accepteren. ‘Dit heb ik niet verdiend’.
Wrok, gevoel onrechtvaardig behandeld te zijn.
Kan anderen moeilijk gunnen wat hen zelf ook niet gegund wordt of werd.
Dwarsliggers uit verbittering.

Eik (Oak)
Vaak moe of ziek, doch doorgaan tot het bittere einde, onophoudelijke
inspanning vanuit plichtsgevoel ook al gaat het niet meer, tot ze desgevallend
breken.

Appel (Crab Apple)
Gevoelig voor of gefixeerd op details. Kan zich niet concentreren als er bv een
schilderij scheef hangt in de kamer.
Voelt zich onrein (in geest of lichaam). Snel vies, smetvrees.
Schaamte, afkeer van zichzelf. Reinigende remedie.
Perfectionisme: alles moet tot in de kleinste details mooi, proper, geordend,
afgewerkt zijn.

Overbezorgdheid voor het welzijn van anderen

Cichorei (Chicory)
Voor zij die zeer attent zijn op de noden van anderen en geneigd zijn
overbezorgd te zijn voor hun kinderen, familieleden en vrienden en vinden
altijd iets, dat gecorrigeerd moet worden. Zijn voortdurend aan het recht
zetten wat ze verkeerd vinden en houden daar wel van. Of kunnen het niet
laten.
Overdreven ‘bemoederen’. Wil graag gezien worden en heeft behoefde aan
dankbaarheid.

Ijzerhard (Vervain)
Voor zij die niet afstappen van eigen principes en ideeën en iedereen uit de
omgeven daarvan willen overtuigen.
Overenthousiasme en gedrevenheid. Kunnen daardoor moeilijk ontspannen.
Fel bewogen door onrechtvaardigheid. Martelaar.

Wijnstok (Vine)
Zeer bekwame mensen, zelfverzekerd en vol vertrouwen in hun eigen kunnen.
Menen dat het in het belang is van anderen dat ze de zaken net zo aanpakken
als zij doen, of zoals zij menen dat juist is. Ze kunnen van grote waarde zijn in
noodgevallen.
Dominantie, heerszucht. Onbuigzaamheid, ‘mijn wil is wet’. Meedogenloos.

Beuk (Beech)
Voor zij die nog moeilijk het goede en het mooie kunnen zien in anderen.
Voelen onverdraagzaamheid, ergernis. Hebben kritiek op iedereen die anders
is dan zijzelf, bv mensen die een hoofddoek dragen, homo’s, .…
Veroordelen anderen vaak.

Bronwater (Rock Water)
Voor hen die er wat hun eigen manier van leven betreft starre principes op
nahouden en zichzelf daardoor veel vreugde en plezier in het leven kunnen
ontzeggen.
Streng en hard voor zichzelf. Streven ernaar gezond, sterk en actief te zijn en
zijn bereid daarvoor alles te doen.
Zien graag dat anderen hun goede voorbeeld volgen.

Gratis E-book 'Heel jezelf'

Vul je naam en e-mailadres in en je ontvangt het zo snel mogelijk in je mailbox!
  • Wanneer ik dit formulier verstuur ga ik akkoord met de verwerking van mijn persoonsgegevens zoals beschreven in de Privacy policy